Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Natuursteen toepassingen.

J.A. van der Kloes (1923)
bron:   Onze bouwmaterialen deel 1 (natuursteen) - J.A. van der Kloes (1923)

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

bestrating;
keermuren;
afwatering;
diktebepaling en steensverbanden;
buitengevelbekleding;
lambrizeringen en binnenwandbekleding;
vloeren;
lastverdeling onderdorpels;
profilering keus;
bogen en gewelven;
stenen dakgoten en waterspuwers;
stenen trappen;
leidaken;


 

Bestrating::


zie   ook het subonderwerp "Bestratingsgeschiedenis" van het onderwerp "Bestrating" behorende bij het onderdeel "Ontwerpelementen - exterieur divers".

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Keermuren:


zie   voor de metselwerk uitvoeringen:    het subonderwerp "Gemetselde keermuren" van het onderwerp "Beschoeiingen en keermuren" behorende bij het onderdeel "Ontwerpelementen - exterieur divers".

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Afwatering:


zie   ook het onderwerp "Metselwerk (gevel)muurafdekkingen" behorende bij het onderdeel "Gevels - metselwerk gevels".
zie   ook het onderwerp "Aantastingsbronnen voor verval" behorende bij het onderdeel "Gevels - gevels algemeen".

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Diktebepaling en steensverbanden:


zie   het onderwerp "Steenformaten" behorende bij het onderdeel "Gevels - metselwerk gevels".
zie   het subonderwerp "Metselwerk verbanden" van het onderwerp "Metselwerk verbanden incl. voegen en specie" behorende bij het onderdeel "Gevels - metselwerk gevels".

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Buitengevelbekleding:


J.A. van der Kloes (1923)

Sindsdien is er een hoop veranderd, niet alleen qua uiterlijk, maar ook qua bevestiging.

zie   voor de huidige bevestigingsmethoden de verwijzing bij de bevestiging van betonnen gevelbeplating behorende bij het onderdeel "Constructietechniek - beton".

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Lambrizeringen en binnenwandbekleding:


J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan


 

Vloeren:


Kwartsiet is een, uit zandsteen ontstaan, metamorf, zeer hard gesteente, zodat het bij uitstek geschikt is voor vloeren in veel belopen ruimten. De steen is vuurvast en zuurbestand.

Natuursteen tegel/plaatvloeren:

zie   hiervoor het onderwerp "Niet naadloze vloerafwerking" behorende bij het onderdeel "Vloeren - vloerafwerking".

Granito, terazzo en gewassen grind:

zie   hiervoor het onderwerp "Naadloze vloerafwerking algemeen" behorende bij het onderdeel "Vloeren - vloerafwerking".
klik hier om naar boven te gaan


 

Lastverdeling onderdorpels:


zie   ook het onderwerp "Metselwerk muuropeningen" behorende bij het onderdeel "Gevels - metselwerk gevels".

zie   ook het onderwerp "Houten kozijn aansluitingen op omringend metselwerk" behorende bij het onderdeel "Kozijnen - buitenkozijnen".
zie   ook het subonderwerp "Dorpels en neuten" van het onderwerp "Plinten, dorpels en neuten"
behorende bij het onderdeel "Binnenwanden".

noot!
Door toepassing van de huidige betonnen funderingsbalken is de kans op ongelijkmatige zetting (zoals hieronder door Kloes beschreven) onder de raam en deuropeningen afgenomen.

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Profilering keus:


J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan


 

Bogen en gewelven:


zie   ook het onderwerp "Gewelfbouw (Burgerlijke bouwkunde - 1833)" behorende bij het onderdeel "Constructietechniek - algemeen".

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Stenen dakgoten en waterspuwers:

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Stenen trappen:


zie   ook het onderwerp "Trapdetails natuursteen" behorende bij het onderdeel "Stijgpunten - trappen".

noot ! De hier genoemde uitstekende brandwerendheid van natuursteen trappen is gebaseerd op de toenmalige bouwmethoden.
Hoogbouw (zoals de huidige kantoorgebouwen, e.d.), waar veel mensen over dezelfde trap, bij brand, naar buiten moesten kunnen vluchten, bestond nog niet.

J.A. van der Kloes (1923)
klik hier om naar boven te gaan



 

Leidaken:


zie   het subonderwerp "Natuurlijke leien" bij het onderdeel "Schuine daken - leien dak".

Leigesteenten:

De lei is van oorsprong een leemgesteente, door bezinken uit water in lagen afgezet, en bestaat hoofdzakelijk uit verweerde veldspaat (leem), kwarts en glimmer. Het bezit een vrij grote hardheid en een hoog soortelijk gewicht. De structuur is sterk gelaagd, zodat de leisteen zich goed laat splijten, zelfs in zeer dunne lagen. De lei bestemd voor dakbedekking verkrijgt reeds bij de groeve zijn definitieve vorm. Duitse en noorse leien zijn grof en dik (6-8 mm). De franse leien zijn dunner (3-6 mm). Belgische leien zijn meestal 3 mm dik. Al deze soorten zijn zelden groter dan 50 x 25 cm.
Engelse leien zijn ouder van oorsprong en daardoor is hun hardheid groter en komen derhalve dan ook voor in grotere afmetingen (61 x 36 cm).

Naast deze leien die als dakbedekking worden toegepast komen (noorse) leien ook in aanmerking voor vloer- en wandbekleding. De dikte bedraagt dan ca. 3-4 cm

J.A. van der Kloes (1923)

J.A. van der Kloes (1923)

J.A. van der Kloes (1923)

J.A. van der Kloes (1923)
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 13-11-2016

 

 
klik hier om naar boven te gaan